skip navigation

Van opbrengst naar opbouw

PDF document 4de tussenrapportage giro 555 (december 2005)

PDF document PDF Krant

PDF document PDF Finacieelverslag

Van de ruim 200 miljoen Euro die de tsunami-actie heeft opgeleverd is inmiddels 135 miljoen aan verschillende projecten toegewezen. Na aftrek van kosten is nog een bedrag van ruim 51 miljoen over, dat in de loop van volgend jaar zal worden toegewezen. Over een bedrag van ruim 38 miljoen van de toegewezen gelden is inmiddels door de uitvoerders van deze projecten - lokale, nationale of internationale organisaties - verslag gedaan en een financiële verantwoording afgelegd. Het betrof hier voornamelijk noodhulpprojecten op het gebied van voedselvoorziening, tijdelijke huisvesting, drinkwatervoorziening en medische hulp. Met deze projecten zijn zo’n 3 miljoen slachtoffers bereikt, voornamelijk in Sri Lanka en Indonesië.

Met de noodhulp zijn een aantal belangrijke resultaten bereikt. Epidemieën zijn voorkomen door tijdig te zorgen voor drinkwater- en sanitaire voorzieningen. De miljoenen daklozen zijn ondergebracht in tijdelijke huisvesting. Kinderen - waaronder een groot aantal wezen of kinderen die één ouder hadden verloren - zijn opgevangen en krijgen psychische hulp en onderwijs.

De noodhulpfase is inmiddels zo goed als afgerond. De wederopbouw is op gang gekomen, maar vaak trager dan was gehoopt en verwacht. De wederopbouw betreft vooral huizenbouw, aanleg van infrastructuur (wegen, water- en elektriciteitsleidingen) en de bouw van sociale voorzieningen (ziekenhuizen, scholen). De vertraging is aan een aantal problemen te wijten. Veel land is weggespoeld en alternatieve, geschikte locaties zijn niet altijd snel gevonden; overheden willen vaak een zeer brede bufferzone tot aan kust, waar niet meer mag worden gebouwd, maar veel bewoners (zoals vissers) willen toch dichterbij het strand wonen; er is vaak onduidelijkheid over eigendomsrechten van grond, men heeft geen papieren of die zijn tijdens de ramp verdwenen; er is vaak niet genoeg bouwmateriaal en vakkundig personeel beschikbaar. Een ander groot probleem is dat in de zwaarst getroffen gebieden, Sri Lanka en Atjeh, binnenlandse conflicten woedden. In Atjeh is daaraan in augustus een einde gekomen door de ondertekening van een vredesakkoord door de Indonesische regering en de rebellenbeweging GAM. In Sri Lanka daarentegen komt de wapenstilstand tussen de regering en de Tamilbeweging LTTE onder steeds grotere druk te staan.

Gebleken is dat sommige projecten moeten worden bijgesteld vanwege nieuwe inzichten. In Sri Lanka bijvoorbeeld werd in de beginfase aangenomen dat vooral vissers zwaar waren getroffen en zijn er veel boten geschonken. Later bleek dat er sprake was van oververzadiging. Sommige vissers kregen meerdere boten, andere kregen ongeschikte boten en niet-vissers bleven verstoken van hulp.

Nog meer aandacht zal in de komende tijd uitgaan naar een goede coördinatie van de hulp. Alertheid op het voorkomen van misbruik zal nodig blijven. Daarnaast is er in de getroffen gebieden sprake van een marktwerking die tot prijsstijgingen leidt: zowel materialen als personeel worden door schaarste duurder. Het opleiden van nieuw personeel en produceren van eigen materialen kan een oplossing bieden.

Hoewel de planning op sommige punten moet worden aangepast verwachten de hulporganisaties dat het totale bedrag aan hulp over twee jaar volledig zal zijn besteed. De hoop en verwachting is er dat de materiële situatie voor veel van de slachtoffers dan beter zal zijn dan vóór de tsunami.

Hier kunt u meer lezen over wat de organisaties doen met uw geld.

ministerie van Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking